Autistisch waarnemen

Het was ooit volstrekt niet leuk om met mijn neef, memorie te spelen. Ik moest het hebben van de illustraties op de gestippelde kaartjes. Hij kon aan de achterkant zien of het de lucifers waren of het meisje met het blauwe jurkje en gestrekte armen. Niet omdat hij paranormaal begaafd is, maar omdat hij in één oogopslag het patroon op de achterkant van het kaartje waarneemt en opslaat. Zoveel jaar later kreeg ik een dochter met dezelfde gave. Die zich niet toonde tijdens het spelen van memorie, maar tijdens fietstochten. Ik kon zomaar een dorp verderop te maken krijgen met een wild wiebelende peuter, omdat ze een aantal eenden zag die normaliter in ons eigen dorp bivakkeerden. Met mijn vooringenomen brein heb ik lang gedacht dat ze het verzon, maar gaandeweg de jaren leerde ik wel dat ze werkelijk de ene eend van de andere kan onderscheiden door tekening, maar ook door gedrag. En inmiddels weet ik dat haar gedetailleerde manier van waarnemen, zich niet alleen uit op dat vlak.

Zij, ik en veel mensen met haar, nemen op een andere manier waar en verwerken informatie op een andere wijze. Dusdanig anders dat het lastig kan zijn, om in een wereld met mensen te leven, die alles zoveel oppervlakkiger aanschouwt en stelt wat de norm is. Wijk je daarin erg af, dan kan je volgens de criteria van het psychiatrisch handboek, de diagnose autisme krijgen. Op zich niets mis mee, maar dat heeft wel tot gevolg dat autisme wordt gezien als een stoornis of een beperking. Het plezier en de kracht van het hebben van een autistisch brein is totaal ondergesneeuwd. De aandacht met betrekking tot onderzoek, literatuur en begeleiding gaat uit naar dat wat lastig is aan autisme. Het gaat zelden over (het inzetten van) de positieve kanten van autisme. En aangezien autisme als stoornis wordt gezien en niet als variatie op de menselijke soort, kan dat een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van iemand met autisme en op relaties onderling. Wat zou er gebeuren als autisme wordt gezien als een gelijkwaardige variatie? Een variatie op de wijze van waarnemen met als logisch gevolg, een variatie op gedrag.

WAARNEMING

Alles wat we weten over de wereld en over onszelf is via de zintuigen binnengekomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende sensorische systemen> gezichtsvermogen, gehoor, het vestibulaire systeem dat verwijst naar structuren binnen het oor die beweging en veranderingen in de stand van het hoofd bespeuren, ruiken, proeven, tastzin en het proprioceptieve systeem dat ons het vermogen geeft om prikkels waar te nemen die in je lijf worden geproduceerd, vooral met betrekking tot de houding en beweging van het lichaam. Het proces dat een mens doorloopt bij het verzamelen, interpreteren en begrijpen van informatie uit de buitenwereld, noemen we perceptie. Het perceptieproces kent verschillende fasen. Het begint met sensatie of waarneming; het is enkel een gevoel of beleving. Daarna produceren onze hersenen cognitieve associaties en verbinden we ze met algemene type voorwerpen in ons geheugen (concepten). Een baby moet leren kijken, leren horen et cetera. Als een baby bijvoorbeeld in staat is om visuele prikkels op te vangen, moet het nog leren het beeld te begrijpen. Hierdoor kan het betekenis geven aan de omgeving. Tijdens de ontwikkeling van het waarnemen, verfijnen kinderen hun onderscheidingsvermogen, leren ze hun aandacht te optimaliseren en worden ze steeds efficiënter tijdens het opnemen van informatie. Hoe een mens de wereld in kijkt is dus afhankelijk van hoe een mens waarneemt. En welke interpretatie aan een beeld wordt gegeven, is afhankelijk van ons voorstellingsvermogen, geheugen en ervaring.

WAARNEMEN OP AUTISTISCHE WIJZE

Mensen met autisme hebben een andere perceptuele wereld! Hun zintuigen nemen op een andere wijze waar.

Letterlijke waarneming> Mensen met autisme kunnen waarnemen zonder dat wat ze waarnemen te interpreteren of te begrijpen.  

Gestaltwaarneming> Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen informatie die op de voorgrond treedt en hetgeen op de achtergrond. Deze manier van waarnemen kan leiden tot verschillende sensorische ervaringen en compenserende strategieën die iemand onbewust toepast of aanleert, om de overbelasting aan sensorische informatie aan te kunnen.

DE EFFECTEN VAN AUTISTISCH WAARNEMEN 

Hypergevoeligheid (hypervisueel, hypergehoor, hypergevoelige smaak en reuk, hypergevoelige tastzin, vestibulaire hypergevoeligheid, proprioceptieve hypergevoeligheid)> Bij hypergevoeligheid is een kanaal te open, met als gevolg dat er meer stimulatie binnenkomt dan de hersenen aankunnen.

Hypogevoeligheid (hypovisueel, hypogehoor, hypogevoelige smaak en reuk, hypogevoelige tastzin, vestibulaire hypogevoeligheid, proprioceptieve hypogevoeligheid)Bij hypogevoeligheid krijgen de hersenen te weinig informatie, waardoor ze stoppen met waarnemen en informatie verwerken.

Witte ruis> Hierbij functioneert het kanaal gebrekkig en creëert daarom zijn eigen prikkel, waardoor de boodschap uit de buitenwereld wordt overstemd.

Inconsistentie van waarneming> Mensen met autisme zijn weinig constitent in hun waarneming. Bij elk zintuig kan er sprake zijn van zowel hyper- als hypogevoeligheid en men kan schakelen tussen hyper& hypo gevoeligheid en de normale manier van waarnemen.

Gefragmenteerde waarneming> Door de Gestalt perceptie, waarbij te veel informatie moet worden verwerkt, zijn mensen met autisme vaak niet in staat om het totaalbeeld op te delen in zinnige stukken. Evenmin interpreteren ze voorwerpen, mensen en omgeving als onderdelen van de situatie als geheel. In plaats daarvan verwerken ze ‘stukjes en beetjes’ die toevallig hun aandacht trekken.

Vervormde waarneming> Naast de gefragmenteerde waarneming kunnen mensen met autisme ook de waarneming van vormen, ruimte en geluid vervormen.

Sensorische agnosie> Het onvermogen om sensorische informatie te filteren en overspoeld raken door prikkels, kan ervoor zorgen dat iemand iets kan waarnemen, zonder er enige betekenis aan te geven.

Vertraagde perceptie (verwerking)> Doordat er meer tijd nodig is om waar te nemen, (informatie komt in delen binnen en er moet eerst een totaalbeeld gevormd worden) en betekenis te geven aan dat wat waargenomen wordt, ontstaat vertraging.

Kwetsbaarheid voor sensorische overbelasting> Doordat mensen met autisme slecht kunnen filteren, ze een vertraagde verwerking hebben, informatie via verschillende sensorische kanalen tegelijkertijd binnen komt en de vervormde of gefragmenteerd overbelasting, kan er (zeer) snel sprake zijn van overbelasting.

COMPENSERENDE ‘TRUCS’

Mensen met autisme ontwikkelen al dan niet spontaan strategieën om enige controle uit te kunnen oefenen op de orkaan aan prikkels die ze te verwerken krijgen.

Mono-verwerking> Om overbelasting te voorkomen, wordt slechts één zintuig of modaliteit bewust gebruikt. Intussen kan er onbewust nog wel informatie binnen komen.

Perifere waarneming> Het vermijden van directe waarneming is voor mensen met autisme, een manier om informatie te verkrijgen en mogelijke overbelasting te reduceren.

Platleggen van het systeem> Iemand met autisme is soms alleen maar bezig met het verwerken van informatie, waardoor er geen ruimte is voor het vormen van een reactie. Ook kan iemand reageren op verwerkte informatie, maar dan verder geen andere informatie verwerken.                                                    Tevens kan iemand in een staat geraken waarin tijdelijk of een lange tijd de informatieverwerking wordt uitgeschakeld. Dit kan plaats vinden bij een gedeelte van een bepaald zintuig maar ook kan een bepaald zintuig, helemaal stoppen met verwerken van informatie.                                                                  Ook kan iemand met autisme het bewuste verwerkingsvermogen tijdelijk of langdurig uitschakelen waardoor informatie onbewust wordt waargenomen.  

Onbetrouwbare waarneming van één zintuig compenseren met andere zintuigen> Ten gevolge van hypergevoeligheid, gefragmenteerde of vervormde waarneming, vertraagde verwerking en sensorische agnosie is, één zintuig niet genoeg om vat te krijgen op de omgeving. Om die reden gebruiken mensen met autisme bij visuele vervorming en betekenis-blindheid andere zintuigen om beter vat te krijgen op de omgeving.

Resonantie> Iemand met autisme kan door bepaalde prikkels zo geboeid raken dat hij zich er uiteindelijk in verliest. Iemand lijkt deel te worden van dat waar hij mee resoneert.

Dagdromen> Het is bij autistische mensen niet ongebruikelijk om zogenaamde dagdromen te hebben. Iets dat je kunt zien als het hebben van een 6e zintuig, helderziendheid, voorkennis of een andere vorm van buiten zintuiglijke waarnemingen.

COGNITIEVE STIJLEN BIJ AUTISME

Mensen met autisme nemen niet alleen anders waar. Informatie wordt ook op een andere manier opgeslagen en verwerkt. Ook hier wordt nog het nodige onderzoek naar gedaan en de informatie die er is, is vooralsnog niet eenduidig. Ik heb een aantal punten opgepakt die volgens mij relevant zijn voor mensen met een autistisch (hoog)begaafd brein. 

Voorbewuste (indirecte) en bewuste (directe) stijl> Sommige mensen met autisme gebruiken het voorbewuste systeem om informatie op te nemen. Ze nemen waar, maar zijn zich er niet bewust van. De voorbewust opgenomen informatie, kan geactiveerd worden door externe factoren. Sommige mensen met autisme nemen bewust en direct informatie op, maar dat gaat ten koste van de coherentie en samenhang. Weer andere mensen gebruiken afwisselend beide systemen.

Aandachtspatronen> Afwijkend bij mensen met autisme is dat men zeer selectief waarneemt en men moeite heeft met het verplaatsen van de aandacht. Het meest voorkomende probleem is dat mensen met autisme vaak niet in staat zijn om de aandacht op hetzelfde te richten als de ander, waardoor ervaringen niet gedeeld kunnen worden. Dit speelt ook een rol bij het aanleren van taal. 

Geheugen> De belangrijkste kenmerken van het autistisch geheugen zijn Gestalt en letterlijkheid. In zo’n geheugen is er vaak een onwrikbaar verband tussen situatie en tijdsmoment en inhoud en context. Resultaat is het vermogen om dingen tot in de kleinste details te onthouden. Een ander kenmerk is dat mensen met autisme herinneringen niet verbaal opslaan, maar met behulp van een ander zintuig. Het autistisch geheugen wordt vaak omschreven als een associatief geheugen. Het is niet lineair zoals het verbaal geheugen. 

Vorming van concepten, categoriseren, veralgemenen> Voordat een kind gaat praten, slaat het al informatie in het langetermijngeheugen op. Elk zintuig vormt zijn eigen bestand van ‘perceptuele symbolen’. Kinderen met een sensorische disfunctie doen dit anders dan gebruikelijk is. Doordat ze informatie missen en/of vervormen, wordt de informatie over verschillende zaken niet zodanig geordend dat er een coherent beeld ontstaat. Bij kinderen zonder autisme, verandert het systeem van conceptvorming wanneer taal zijn intrede doet. Door middel van taal kan een mens categoriseren en veralgemeniseren. De inhoud van een linguïstisch symbool (een woord) verwijst vaak niet naar iets specifieks. Perceptuele woorden echter zijn concreet en specifiek. Kinderen met autisme slaan sensorisch perceptuele mentale beelden op. Wat wordt opgeslagen zijn ervaringen. 

Woorddenkers, beelddenkers en patroondenkers> Mensen met autisme kunnen in woorden, in patronen en in beelden denken. Visueel denken gaat razendsnel, zonder enige volgorde. Je staat als het ware ‘in het beeld’. Vaak is er sprake van een zwak auditief kortetermijngeheugen en woorden waarvan geen mentaal beeld gemaakt kan worden, zijn lastig om te onthouden. Het omzetten van beelden naar woorden kan de nodige tijd kosten. Maar er zijn onder mensen met autisme ook woorddenkers te vinden. En patroondenkers; die of in beelden of in woorden denken. 

Inertie> Mensen met onder meer autisme kunnen last hebben van inertie. Iemand wil of moet iets doen, maar is niet in staat om in beweging te komen. Komt iemand wel in beweging, dan kan iemand weer geheel stilvallen wanneer hij/zij zich (tijdelijk) op iets anders moet richten. De moeite met starten, schakelen en stoppen heeft te maken met prikkels anders waarnemen & filteren (centrale coherentie) en de regelfuncties (executieve functies) die niet naar behoren werken.

LEREN TE VERSTAAN

Toen mijn dochter compleet vast was gelopen, trof ze een hulpverleenster aan die haar het boek “Niet ongevoelig” aanreikte. Ze las het in één adem uit en zei, “Dit ben ik”. Voor een 2e keer werd ze onderzocht en deze keer kreeg ze (logischerwijs) wel de diagnose. Ondanks ik mijzelf niet overduidelijk in het boek weerspiegeld zag, ben ook ik voor een 2e keer onderzocht en ook ik kreeg deze keer wel de diagnose. ‘Logisch’ volgens mijn dochter, maar zelf heb ik een tijd met de vraag: “Waar zit het ‘m dan in”, rond gelopen. Ik bleef in de eerste maanden na mijn diagnose steken bij, “In alles wat ik niet van mezelf wil weten, laat staan aan de wereld”, maar dat antwoord was niet afdoende. Ik bleef in ‘ja-maar’-steken.

Mijn, ‘Dit ben ik’-moment kwam pas na het lezen van het boek, “Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom“, waar ik voor dit blog rijkelijk gebruik van heb gemaakt. Ik herken mijn manier van waarnemen, de effecten en de ‘trucs’ om niet overspoelt te raken. Juist door te weten wat autisme in essentie is, kan ik van alles vertalen en mijn leven nog beter inrichten. Of het nou ligt aan mijn slimmigheid of aan het gegeven dat ik (on)bewust mijzelf veel heb aangeleerd, waardoor ik veel ervaringen van andere mensen met autisme niet herken. Of aan het gegeven dat ik een nogal ‘voorbewust brein’ heb, of aan een combinatie van factoren; ik vond pas mijn antwoorden door dit boek. Psycho-educatie, boeken, blogs, onderzoeken en artikelen gaan veelal over de uitwerking van autisme, maar minder over de essentie.

(Yvonne Smits)

                                                                             

Ik hoop dat ik met het belichten van de essentie, een stuk van de puzzel aan te reiken. Juist omdat het vooruitgaat aan de verschillen in uitwerking tussen mannen en vrouwen; de verscheidenheid aan ervaringen, aan de verschillende intelligentieniveaus en de diversiteit aan ‘copingstechnieken’ die mensen met autisme toepassen, om te kunnen (over)leven in deze maatschappij. Opdat steeds beter begrepen wordt wat autisme inhoudt en er steeds meer oog komt voor een anders werkend brein, dat evengoed sterke kanten heeft. Opdat men eens gaat vatten dat intellect en een goed spreker zijn, weinig zegt over de mate waarin iemand last ondervind van zo’n prikkelgevoelig brein. En tegelijkertijd dat men gaat begrijpen dat (soms) moeite hebben met verwoorden van gevoelens en gedachten weer weinig zegt over intellect…….et cetera. Opdat onderzoek uitgaat van de essentie van wat autisme is, en niet van wat er mijn inziens van is gemaakt. Opdat iemand die pijn lijdt door de naadjes van sokken of soep met vermicelli uitkotst, niet wordt weggezet als lastpost of aansteller. Kortom, dat mensen eens met een minder starre blik naar mensen met een autistisch brein gaan kijken. 

Wilma van Galen

 

Comments ( 2 )

  1. ReplyAnne

    Mooi en zo herkenbaar!

  2. ReplyAnnemie

    Heel verhelderend Wilma. Dank je

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

error: Content is protected !!