Starten, schakelen en stoppen met autisme

Mensen met onder meer autisme kunnen last hebben van inertie. Iemand wil of moet iets doen, maar is niet in staat om in beweging te komen. Komt iemand wel in beweging, dan kan iemand weer geheel stilvallen wanneer hij/zij zich (tijdelijk) op iets anders moet richten. Verveling en inertie liggen in elkaars verlengde want verveling kan leiden tot inertie, maar het wezenlijke verschil is dat je bij verveling niet weet wat je moet doen en bij inertie wel. En als iemand dan eindelijk op gang is, dan kan het gebeuren dat hij/zij niet meer kan stoppen, terwijl het hoog tijd is om iets anders te gaan doen. Niets doen kan leiden tot lethargie en depressie. Te veel doen naar een burn-out. Dit speelt voor zowel bezigheden die men moet doen als voor activiteiten die men mag doen. Het is niet alleen de afwas die maar blijft staan.

THEORIE

De moeite met starten, schakelen en stoppen heeft te maken met prikkels anders waarnemen & filteren (centrale coherentie) en de regelfuncties (executieve functies) die niet naar behoren werken.

De cognitieve en emotionele executieve functies (EF):

  • Het werkgeheugen zorgt ervoor dat je informatie kan onthouden bij het uitvoeren van complexe taken.
  • Inhibitie is de mogelijkheid om selectief de aandacht te richten en weerstand te bieden aan verleidingen en het betekent ook nadenken voordat je iets doet. 
  • Planning is een plan maken om je doel te behalen en het heeft ook te maken met het kunnen onderscheiden van hoofd- en bijzaken.
  • Organisatie betekent het systematisch ordenen van informatie.    
  • Flexibiliteit is het aan kunnen passen van je plan bij verandering en tegenslag.
  • Timemanagement betekent het in kunnen schatten en verdelen van tijd om zo het doel te behalen. 
  • Taakinitiatie is het efficiënt starten van een taak, dus bijvoorbeeld zonder dralen en op tijd beginnen aan een taak.
  • Motivatie betekent het formuleren van doelen en ernaar toe werken.
  • Emotieregulatie wil zeggen de emoties en het gedrag onder controle hebben. 
  • Metacognitie is het overzien en evalueren van jezelf en de situatie.

DE UITWERKING

Wanneer je uitgaat van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem en een asynchrone ontwikkeling van de hersenen, kun je mogelijke verklaringen geven voor moeilijkheden bij een aantal van deze zaken. Doordat sensorische informatie minder goed gefilterd wordt en alle prikkels dus even belangrijk lijken, kan het werkgeheugen problemen krijgen met het onthouden van informatie tijdens het uitvoeren van complexe taken. Ook heeft over- of onderprikkeling een effect op het richten en behouden van aandacht (inhibitie) en het systematisch ordenen van informatie (organisatie) zodat hoofd- van bijzaken kunnen worden onderscheiden (planning). Deze laatste punten, alsmede timemanagement, hebben ook betrekking op zaken waar de linkerhersenhelft goed in is en de rechterhersenhelft minder. Door moeilijkheden met deze punten, kan het regelmatig chaos opleveren in het hoofd, waardoor het moeilijker is om aan een taak te beginnen en flexibel te reageren wanneer dat nodig is. Voor motivatie moet je niet alleen het doel en de rode lijn zien, maar ook stappen kunnen bedenken om hiernaar toe te werken, waardoor er ook nauw samengewerkt moet worden met de cognitieve EF’s. Omdat de linkerhersenhelft beter is in het bedenken van stappen dan de rechterhersenhelft, kan het zijn dat het moeilijk is om motivatie voor iets op te brengen, maar ook om de juiste stappen te bedenken. De emotieregulatie kan lastig zijn, doordat de sterker ontwikkelde rechterhersenhelft gericht is op emoties. De emoties worden vaak heftiger ervaren dan bij andere mensen. Dat betekent ook dat de regulatie moeilijker wordt. Wanneer dan ook nog alles even hard of zacht binnenkomt door de verstoorde informatieverwerking, kan over- (of onder-)prikkeling ervoor zorgen dat er teveel tegelijk gebeurt, waardoor emoties minder goed in de hand gehouden kunnen worden.  Wanneer alle prikkels even hard binnenkomen en je moeite hebt om hoofd- en bijzaken te onderscheiden kan het lastig zijn om de situatie te overzien en te beseffen, wat voor invloed je eigen handelen heeft op de situatie. Het evalueren kan dan ook lastig zijn. Kortom, beginnen, doorgaan na een onderbreking en stoppen met iets, kan in meer of mindere mate lastig zijn voor iemand met autisme.

EXTREME VERMIJDING

Soms kan vermijding een teken zijn dat iemand depressief is. Dingen hebben geen betekenis meer waardoor het nog lastiger wordt om in beweging te komen. De depressie van iemand met autisme draait soms niet om diep verdriet maar kan worden gedomineerd door apathie en een vrij diepe inertie die het moeilijk kan maken om taken te benaderen of zelfs fysiek te bewegen. Dat is ook wel logisch want het dopamine niveau gaat door een depressie naar beneden en dat heeft onder meer  invloed op de motivatie van een mens en op diens stemming. Als iemand depressief is geraakt door het vermijden van zowel de dingen die moeten als de dingen die hij/zij leuk vindt, moet behandeling daar ook op gericht zijn.

De wortels van een depressie kan liggen in gevoelens van betekenisloosheid. Mensen met autisme vinden nog wel eens betekenis door nieuwsgierigheid en als daar geen ruimte voor is, is het lastig om redelijk gestemd te blijven en om motivatie op te brengen. Je moet iemand, ook al heeft hij/zij een zeer beperkt interessegebied niet afremmen, want het is in feite een toegangsweg naar optimaal functioneren binnen de mogelijkheden die iemand heeft .Juist hierdoor kan de persoon met autisme, flow ervaren waardoor er een invulling wordt gegeven aan een stuk zingeving. 

STEEDS WEER OPNIEUW VAN THEORIE NAAR PRAKTIJK

Er zijn allerlei manieren om de problemen met beginnen, doorgaan en stoppen aan te pakken. Verbetering is mogelijk maar het vraagt tijd, bewustwording en inzet en dat maakt het lastig want iemand moet iets oplossen met de middelen die tegelijkertijd het probleem vormen. Hetgeen ook betekent dat ook al heeft iemand oplossingen gevonden, er altijd weer door over- of onderprikkeling, een terugval kan zijn.

Of iemand de problemen in deze zelfstandig aan kan pakken of begeleiding nodig heeft, is afhankelijk van de mate waarin iemand autisme heeft én het IQ. Dit betekent dat ook al is iemand (hoog)begaafd er (veel) begeleiding nodig kan zijn. Door slecht functionerende executieve functies, is er een (enorm) hiaat zijn tussen denken en doen.

TIPS VOOR MENSEN MET AUTISME 

Onderzoek zowel wat je moet doen als je wil doen. Op het gebied van werk, huishouden, persoonlijke verzorging, vrije tijd et cetera. Breng de activiteiten in kaart en maak een planning. Om het overzichtelijk te houden, is het daarbij wel aan te raden om taken in deelstappen uit te werken.

Hou daarbij rekening met je moeite om de draad na een onderbreking, weer op te pakken. Je kan beter je huishouden in één dagdeel doen dan te verdelen over de week. En door de tijd te nemen voor iets, kan je mogelijk in een flow terecht raken. 

Om op tijd pauze te nemen, is het slim om je smartphone, een wekker of een Time timer in te stellen. Ook kan je om te voorkomen dat je maar door en door gaat, gebruik maken van de Pomodoro techniek of een andere methodiek op het gebied van tijdmanagement.

Onderzoek waar je steeds weer tegenaan loopt, bepaal waar je als eerste aan wilt werken en maak een plan hoe je kunt voorkomen dat je steeds weer in die valkuil loopt. Verwerk dit plan ook in je planning. Pak pas een volgend punt op, wanneer je het gevoel hebt dat je in de regel niet meer in die valkuil stapt.

Hanteer bij het inzichtelijk maken van wat je wel en niet wil en inzicht krijgen in je functioneren, de Geef me de 5 methodiek. Deze methodiek draait om vijf basisvragen (wie, wat, waar, hoe en wanneer) die je door te beantwoorden, het benodigde inzicht kan geven.

Onderzoek waaraan jij kunt merken dat je onder- of overprikkeld bent en wat je kunt doen om weer in balans te komen.

Breng voor zover dat voor jou prettig is, structuur aan in je leven, zodat je geen energie verspilt aan zaken steeds opnieuw moeten uitdenken. Mogelijk dat je dan een aantal activiteiten (in de regel) automatisch gaat doen. 

Onderzoek welk systeem jij kunt inzetten om de planning inzichtelijk te maken. Je kunt je smartphone ervoor in gaan zetten door apps te downloaden of je laptop gebruiken, al dan niet in combinatie met een excell-sheet. Een planbord waarbij je gebruik maakt van picto’s, op een zichtbare plek ophangen, kan soms goed uitwerken. Maar ook een agenda kan hier nog steeds prima dienst voor doen. 

Gebruik visuele, auditieve of tactiele geheugensteuntjes. Gebruik memo blaadjes, wekker/smartphone of time timer. Stop iets in je zak wat je herinnert aan wat je moet doen (of moet laten)

Wanneer je steeds weer vast loopt in tijd, hou bij hoeveel tijd je besteedt aan een bepaalde klus zodat je uiteindelijk een realistische planning hebt.

Onderzoek of de omgeving waarin je werkt en leeft, optimaal is ingericht. Of ze bijdraagt aan starten, schakelen en stoppen. 

Onderzoek of en welk soort kleding een positieve bijdrage kan leveren aan minder snel onder- of overprikkeld raken. Probeer eventueel een drukvest uit, om te onderzoeken of dit je kan helpen om onder- en of overprikkeling tegen te gaan.

Let op je voeding.  

Beloon jezelf direct wanneer je iets hebt gedaan dat veel moeite kost.

Licht je omgeving (voor zover nodig) in, over je moeite met de executieve functies. Bespreek wat de ander kan doen, om het makkelijker voor je te maken.

Zoek begeleiding wanneer je ervaart dat het in je eentje niet lukt om een goede planning te maken. Wanneer je bovenstaande wel kunt begrijpen, maar niet kunt vertalen naar je persoonlijke situatie en je derhalve iemand nodig hebt, om met je mee te kijken en te onderzoeken wat voor jou zou kunnen werken. Wanneer je niet weet, waar te beginnen. En wanneer je ondanks inzicht en trucs, problemen blijft houden met in beweging komen, schakelen en stoppen en/of wanneer je door omstandigheden een enorme terugval hebt. 

TIPS VOOR MENSEN IN DE OMGEVING

Accepteer dat je partner, familielid, collega et cetera, het nodig heeft om zijn/haar leven gestructureerd te laten verlopen om te voorkomen dat zijn/haar leven ont-regeld raakt. Ontregeld raken is onder- of overprikkeld raken en dat kan angst, uit contact gaan, chaos, woede, verdriet, inertie, depressie, burn-out veroorzaken. 

Attendeer iemand op de trucs en methodieken die gebruikt kunnen worden. En maak als je wil dat de samenwerking (privé/zakelijk) verbetert, gebruik van dezelfde methodiek. Je blijven ergeren (ook al laat je die niet merken; voelbaar is het al snel voor iemand met autisme) werkt alleen maar averechts. Met een beetje pech blijft alleen de ergernis hangen. Een relatie heb je samen!

Wilma van Galen

 

Comment ( 1 )

  1. Autistisch waarnemen - Intens en zo

    […] met onder meer autisme kunnen last hebben van inertie.Iemand wil of moet iets doen, maar is niet in staat om in beweging te komen. Komt iemand wel in […]

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

error: Content is protected !!