Navelstreng

Ze schreef; letters, woorden, zinnen, alinea’s. De onverstoorbare had ze het zwijgen opgelegd, al wist ze dat de illusie slechts een kwestie van tijd was. De klok liet dan wel niet meer zijn tot razernij brengende getik horen; zijn werk dreef haar voort en dat was te zien aan de groeven op haar polsen die ook in de illusie van de stilte, achter waren gelaten.

Ergens ver achter in haar bewustzijn voelde ze het onafwendbare. Punten die altijd volgen op de komma. Haar lichaam een langspeelplaat met groeven en krassen. Ze schreef, ze schrijft. Staccato zinnen in de Jip- en Janneke stijl zodat de artikelen ook gelezen kunnen worden door hen die niet verder zijn gekomen dan het volgen van de lagere school. Of voor de nieuwkomers die net zo hard struikelen over de discrepantie tussen de cultuur op papier en van de vingers die etiketten op hun voorhoofd plaatsen. Alsof ze moeten leven in de restanten van een tikkende tijdbom wier wijzertje telkens wordt verplaatst. Het is mei, de vijfde zijn ze net voorbij als ze opeens haar vingers niet meer op haar toetsenbord kan houden. Haar handen beven, haar armen trillen; alles in haar beeft en trilt alsof haar lijf ter plekke in een aardbeving is gestort. Vijf minuten, tien minuten; het lijkt een eeuwigheid en een seconde voordat het beven ophoudt. Verbaasd kijkt ze rond; niets in de kamer is er veranderd en toch is er iets veranderd. Haar mobiel verbreekt de chaos in de stilte. Haar moeder. ‘Het is niet goed’.

In de kamer verbreekt de pomp, het geluid van de stilte. Een sterk contrast met de zon die dwars door de gordijnen heen, de kamer een gouden gloed geeft. Haar moeder ligt in bed. Lijkbleek alsof ze weer het jonge meisje met de rode haren en een gezicht vol sproeten is. Alleen zijn de sproeten tijdens het baren overgesprongen op haar kinderen die op hun beurt weer hebben gezorgd voor sproetige lijven die dwars door zwarte panty’s heen springen. Ze kijkt naar de vrouw die haar gebaard heeft, en naar haar sterke handen die haar gevoed, gekleed en getroost hebben. Ze weet dat ze dood gaat en ziet aan haar handen dat ze stervende is. De klok is stil komen te staan. Alleen de zuchtende pomp brengt geluid, leven voort. Ze kijkt naar het borduurwerk met bloemen dat steekje voor steekje, kruisje voor kruisje ingevuld is en ze weet dat alles wat was, voorbij is. In de verte hoort ze de kerkklokken. Iemand is haar moeder voorgegaan.

Waar in het boek der boeken, het gebeurde- weet ze niet. Het boek der boeken; de leidraad voor haar ouders en het richtsnoer voor de kerk. Ze was er voor op de loop gegaan. Leven tussen bepalingen kon onmogelijk haar leven worden. Donderstralen en voorschriften gaan nu eenmaal niet goed samen. Huisje, boompje, beestje; ze zag het gebeuren bij haar leeftijdsgenoten voordat de jaarringen zich begonnen te vertonen op hun polsen. Ze wilde niet opgeknoopt worden en in de wurggeep van een drievoudig snoer terecht komen.  En toch pakte ze het boek der boeken om het persen van sinaasappels af te wisselen met iets anders voedzaams. De juf in haar had nog een laatste poging gedaan om haar moeder iets van de schoonheid van poëzie te laten proeven, maar haar moeder had zich verveeld omgedraaid. Lukraak sloeg ze de Bijbel van haar moeder open en las tot haar stem het begaf of tot haar moeder duidelijk voldoende gevoed was. Met verbazing keek ze toe hoe de spieren in haar moeders benen weer kracht kregen om een laatste keer, zelf naar de wc te gaan. Zolang we leven, produceren we. Nog verbaasder keek ze naar de benen die getracht hebben het leed van de wereld te dragen en die desondanks geen putje, geen kuil, geen onvolkomenheid liet zien. Bij de eerste lentestralen had ze hijgend verzocht om langzamer te fietsen en nu was haar moeder langzamer dan langzaam terwijl haar lichaam het af liet weten, alsof ze een baby was die met snelle schreden op de puberteit afdendert. Ze las, waar ze las weet ze niet maar zoals alles met aanraking begint, werd ze aangeraakt. Iets vloeide door haar heen. Met grote ogen keek ze haar moeder aan die met niet minder grote ogen terug keek. Verleden, heden, toekomst- alles kantelde, rolde, buitelde een andere kant op. Haar moeder stierf, de pomp legde ze het zwijgen op en ze verwijderde een korstje van haar moeders bovenlip. De Bijbel kreeg zij mee. Het levend woord. Levend en verstikt door de moetjes, de rituelen, de beperkingen, de kortzinnigheid. Ze laat het ademen, brengt zichzelf zuurstof toe en laat haar rokjes kort. Ze heeft de benen van haar moeder.

Comment ( 1 )

  1. ReplyBayla

    Oef, dit verhaal komt hard binnen. Diep.

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

error: Content is protected !!