Lange golf, korte golf

kootwijk

Het is geen eiland waar alleen de ruis van de golven en de bomen golvend en ritselend tot je toekomen. Je hoort het wiegen van de bomen, de vogels die dansen op de beweging maar ook het monotone geluid van een sliert socialisatie in de verte. Het is zondag en men rijdt naar kerk en familie, naar feestgedruis en ernst. In dat midden van natuur en cultuur staat het kleine huisje in een wolk van groen. De geest van haar grootouders wordt weerspiegeld in voorwerpen. Vredig staat de schemerlamp op het kastje.   Zacht licht versus dicht geklemde laden. Haar oma’s lijken samen te vallen in geschiedenis. Het blauwe bad doet haar herinneren aan bellen van zeepsop, plezier en twee schaterende meiden. Het is geen eiland, het is een zee aan herinnering.

Ze plaatst zichzelf in het midden, omvat haar kracht, ontsluit haar laden en ontsteekt het licht. Het is de laatste ronde van het midden want weldra zal zij het midden ontstijgen. Individualisme is een eigen mening vormen en vanuit die hoogstpersoonlijke vorm je leven vorm geven. Ze laat de schemerlamp staan en gooit het kastje niet buiten op straat. Het zijn haar bouwstenen, net zoals de pruimenboom geplant door haar vader en de boeken & schilderijen van haar moeder. De wereld heeft haar geschiedenis en zij voegt haar hoofdstuk toe.

“Hoe ziet hij er uit?”, vroeg haar oudste dochter. “Als mijn grootvader”, antwoordde zij, niet vermoedend dat zij de puurheid van haar vaders geest zou ontmoeten. Het handboek van de psychiatrie die ook elk sterk individu een titel geeft, werd hierdoor met een zwaai uit haar universum gesmeten. Je hebt zoekers die ongeacht vondst door blijven zoeken, zoekers die niet vinden en doelloos verder dwalen en zoekers die het opgeven. Haar vader was een zoeker. Een stille zoeker ingeklemd door de snelweg van kennis. Zo hoort het. Zo moet het. Onder dit geweld ging hij zwijgen. Een stil individu dat stopte met zoeken en starend naar de lucht zijn tijd uitzat. Beklemmende stilte.

Zij plaatste zich tussen haar kind en de beklemming in. Het stille meisje met de lange haren gaf het verleden en heden vorm door een handstand voor zijn kist. Op de kaart en op de kist naar elkaar toereikende handen. Haar vader reikte zonder woorden. Taal die zij nauwelijks kon verstaan. Haar dochter reikt door haar armen omhoog te heffen om met een sierlijke boog elders uit te komen. Zij in het midden, verbind met woorden; heden en verleden.

Deze man is niet stil. Hij fietst voor haar uit en verteld. Geen laag wordt overgeslagen en al pratend en fietsend rijden zij naar een groot grijs gebouw. Omhoog stijgend uit zand en heide. Hij deelt zijn kennis, doopt zijn voeten in het water en sloopt stiekem een k2 uit een muur. Om de bocht staat een ijzeren trap. De ene helft zoals de werkelijkheid een trap vorm geeft, de ander is gekanteld. Zoveel jaarringen rijk beklimmen ze de trap.              

Het uitzicht is anders. Dood en leven, geschiedenis en toekomst, hoop en wanhoop. Tussen al het grijze steen en een zilver gekantelde trap; rimpels en stralende ogen. Ze kijkt naar de man; een zoeker in beweging. Een psychiater die volgens de wetten van kennis handelt, zal zijn handen schoonwassen en met een onschuldig niets ziend oog een vernietigend oordeel uitspreken. Haar angst voor dat oordeel is groot. Haar vader stond stil in materie en tijd. Ze heeft geprobeerd om ook roerloos te worden. Zoals hij de stilte in ging door de reactie van een enkel mens, zo vreest zij het boek dat uit mensenkennis is voortgekomen. Maar het lukt haar niet.

Ze kijkt naar de man en herinnert de woorden van haar vader: “Pas je niet te veel aan want daar wordt je ongelukkig van”, en opeens begrijpt ze de overeenkomst tussen haar en haar vader en ziet ze de schoonheid van haar kind, geboren individu die zich staande houdt in de wereld van kennis. Desnoods op haar handen. Ze zit op de omgekeerde trap en kijk naar de man die naar beneden loopt via het gekantelde gedeelte. Op de achtergrond het grote grijze gebouw.

Het gebouw dat voor verbinding moest gaan zorgen. Een verbinding die een massa aan draden, stroom en geld heeft gekost. Ook hier bleek de werkelijkheid zo veel eenvoudiger. Het stond er net toen bleek dat de korte golf, zoveel beter haar werk kan doen. Ze kijkt naar hem en ziet in haar geestesoog de dolende bouwvakker, ervaart de stilte van haar vader, het stralend vuur van de regenboogman en het zachte licht van haar kind.

De wereld zit vol lange golven; een gebrek aan logica vervat in taal die niet kan verwoorden wat haar werkelijkheid toont. Met doodsangst in haar voeten heeft ze haar best gedaan om mee te doen, bij de kudde te horen. Het heeft haar taal bijna doen verstommen. Het wordt tijd om de gekantelde trap te nemen.     Haar vader speelde op safe en de bouwvakker volgt de tekening die door een ander op papier is gezet. Het licht gedoofd voordat het ging stralen.              Bijna ontdaan van hun individualiteit.

Ze kijkt naar hem en in gedachten naar het vuur van de regenboogman en de handstand van haar dochter en snapt opeens het kerven van hen die met veel moeite en grote omwegen alles omzeilen. Hun stempel drukkend alsof we nog steeds een gevangen nummer zijn. Paragrafen van gekte opgesteld door hen die de eenvoud van het leven niet begrijpen. Het is geen eiland. Zij is geen eiland. Midden in het leven dat zich als een trage golf heeft uitgestrekt vindt zij krachtige golfslagen die tegen de oever uiteenslaan en elders als een kleine rimpeling uitwaaieren. Ze is in het midden en ver van het midden. 

Wilma van Galen

 

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!