Hanenpoten

Tien dagen mocht ik haar de mijne noemen; 10 dagen waarin ze zich heeft gegeven tot het brekende telefoontje dat ze niets voelde. Niets? Wat was dat niets dan? Waar stond dat niets dan voor? Hoe zag zij dat niets dan? Wat is voor haar niets? Wat is voor haar alles? Ja, hij was weggelopen met de bibbers in de benen toen ze geen antwoord gaf op zijn liefdesverklaring. Zij was als eerste vertrokken; de stromende regen in en liet hem achter, terwijl het in zijn hart begon te druppelen. In paniek was hij gevlucht. Hanenpoten op het papier om zijn vlucht niet ongemerkt voorbij te laten gaan. Maar hij was teruggekomen.


haan
Hij houdt van haar; echt van haar. Àlles kon hij haar geven en zo niet alles, dan precies wat zij nodig had. En wat zij nodig had, had hij gezien in haar ogen. Liefde, zijn liefde; dat en alleen dat zou haar redden. Liefde, zijn liefde; door God gegeven. Die liefde, die niet meer te verbreken liefde die als warme gloed door zijn lichaam paradeerde. God had hem eindelijk gegeven waar hij altijd naar verlangd had. Een vrouw aan zijn zijde om voor te zorgen, om te koesteren. En dat kon hij; zorgen en koesteren! 

De eerste afspraak nam hij chocola mee en ze glimlachte terwijl ze voorzichtig het lintje van het doosje losmaakte om daarna haar neus in het doosje te steken. Hij ging van haar houden toen haar ogen nog meer begonnen te stralen. De tweede afspraak nam hij een boekje mee. Gedichten voor elke dag. Ze hield van poëzie wist hij, en dat zou binnenkomen als een blikseminslag. Mannen zijn tenslotte niet van de poëzie. Mannen vergeten ook vaak de chocola én de bloemen. Hij niet, hij zou voor haar zorgen. De derde afspraak nam hij niets mee en ze keek teleurgesteld naar zijn handen. Hij nam niets mee maar nam haar wel mee naar een restaurant. Het meisje van de wind en de golven, at met smaak de gefileerde schol terwijl hij met moeite een lekkerbekje at. Hij houdt niet van vis maar voor zijn meisje zal hij er van gaan leren houden. Als hij gezien heeft met welk genot ze eet, neemt hij een fier besluit. Als iedereen naar zijn werk is, loopt hij naar de boekhandel en naar de viswinkel en start zijn project. Liefde van de vrouw gaat ook door de maag. Hij fileert met opgetrokken neus en in de avond nodigt hij zijn broer uit die gehaast doch met smaak, de vis op eet. Wanneer hij later staat af te wassen, ziet hij haar aan zijn tafel zitten. De vierde afspraak kust hij haar. Zij rookt, hij niet maar de jubel in zijn binnenste overstijgt de bittere smaak van nicotine. Zijn huis raakt bedolven onder de geur van de zee vermengt met de grijze walm die weg sijpelt door de kier van het openstaande raam. Ze rilt en hij neem haar in zijn armen wanneer ze haar zoveelste peuk heeft uitgedrukt. Ze zoenen die avond en als hij haar naar huis heeft gebracht en ze bij haar deur nogmaals kussen, weet hij zeker dat zij de rest van zijn leven aan zijn zijde zal zijn. De vijfde afspraak haalt hij haar op met een gehuurde cabrio. Hij heeft een deken meegenomen zodat ze het niet koud krijgt. Ze rijden langs de boulevard en haar blonde haren wapperen in de wind als satijn. Hij parkeert op een rustig stukje en net als hij naar haar toe wil buigen, stapt ze uit. Hij volgt haar en terwijl ze stil over zee uitkijkt, ziet hij haar zoveel jaar later. Ford achter haar en kroost aan haar zijde. Hij zegt niets en zij zegt niets, en hij is verrukt over de stille eensgezindheid tussen hen.

Deze keer gaan ze naar haar huis. Hij drinkt sap en zij houdt behoedzaam een glas wijn vast. De eensgezindheid houdt stand en hij schenkt vastberaden nog een glas voor haar in, die ze in stilte aanneemt. Ze heeft mooie handen met lange slanke vingers. Ze rookt en drinkt terwijl ze de kat aait die langsloopt. Hij neemt haar in zijn armen, niet veel later neemt hij haar mee naar boven en daar, daar geeft hij haar wat ze nodig heeft. Ze geeft zich over en als hun lijven vol hartstocht tot rust zijn gekomen, fluistert hij alle ingeslikte woorden in haar oor. Ze geeft geen antwoord.

De volgende morgen rolt ze met een glimlach over ‘m heen en stapt uit bed.     Hij gaat haar achterna en zet snel koffie. Hij weet precies hoe ze haar koffie wil. Ze zwijgt en de glimlach lijkt te zijn vertrokken. Hij heeft haar in haar pijn geraakt, de gevoelige snaar. De gekwetste ziel is in contact gekomen met werkelijke liefde. Zijn liefde. In stilte dankt hij God voor zijn verhoorde gebed. “Ik hou van jou, ik wil er voor je zijn, ik wil voor je zorgen”. Ze zwijgt; het soort zwijgen waar hij van schrikt. “Straks even praten?”. Ze knikt zwijgend en loopt in dezelfde zwijgzaamheid naar haar hal om haar regenpak te pakken. “Wil je dat ik met je meega, dat ik je breng; het regent zo hard?”, vraagt hij. “Nee, ik ga op de fiets”. Ze geeft hem een zoen, net naast zijn mond en vlak voordat ze de poort achter zich dicht laat vallen, draait ze zich om en zwaait nog even. Als ze weer thuis komt; zeiknacht van de tocht door de regen is hij weg. Er ligt een briefje met hanenpoten met uitleg en excuses over zijn vlucht. Opgelucht haalt ze adem. Niet voor lang want na haar duidelijk geformuleerde ‘nee’, begint de jacht pas echt. Zij houdt van hem, hij heeft het gezien en gevoeld. Zijn gebed is verhoord en zij, zij zal dat op een dag ook gaan beseffen.

Wilma van Galen

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!