Boris Bouricius (de nieuwe medicijnman) aan het woord. –interview-

stoel2

Boris Bouricius is één van de eerste en oudste Mensaleden maar zijn ogen kijken nog even nieuwsgierig en sprankelend de wereld in. De ene helft van het jaar woont hij in Nederland en zodra de kou in de lucht komt neemt hij de benen naar Egypte. Hij is huisarts geweest en heeft als scheeparts gewerkt. Tevens is hij NLP hypnotherapeut en therapeut NLP en TA.                Hij begeleidt mensen die ‘uitgedokterd zijn’ en hij heeft zijn visie over geneeskunde verwoord in het recent verschenen boek ‘De nieuwe medicijnman’.

Boris, wat betekent hoogbegaafdheid voor jou?

De term hoogbegaafd betekent dat iemand op enigerlei gebied extra begaafd is. Dat kan op het gebied van schilderen zijn, iemand ‘door hebben’ en muziek maken. Ik vind de term niet geschikt voor mensen die slim zijn; die extra intelligent zijn. Voor ‘extra intelligente’ bestaat er een precieze definitie die meetbaar is. Je kunt een IQ-test doen bijvoorbeeld door op de website van de Mensa de ‘voortest’ te doen. Wanneer je deze opstuurt krijg je als reactie ‘niet geschikt, misschien, vinden je goed genoeg’. Vervolgens wordt iemand opgeroepen voor de grote test. Het gaat bij die test om iets door te hebben maar ook om de snelheid. Er zijn twee testen; een internationale test die non-verbaal is en de Nederlandse test. Bij deze laatste zit nog een verbaal stuk.     Ik vind dit niet juist want het verbale stuk kan aangeleerd zijn. Als supervisor heb ik bij Egyptenaren die geen Engels spreken deze test afgenomen.

Wanneer besefte u dat u extra slim bent?

Ergens toen ik ruim 40 was. Het merkwaardige was dat ik als huisarts met mijn collega’s over sommige dingen niet aan de praat kon raken. Ik wist niet hoe dat kwam en ik vroeg mij af, “Ben ik nu dommer of slimmer dan zij”. Toen hoorde ik van Mensa en toen is Mr. l’Honoré Naber die Mensa in Nederland heeft gebracht bij mij thuis gekomen om mij te testen. Uit de test kwam dat ik lid kon worden van Mensa. Het woord hoogbegaafd of de term slim of extra slim werd eigenlijk niet gebruikt.

Wat hebt u toen gedaan; kunt u zich dat nog herinneren?

Boris veert op: “Oh, ik vond het heel leuk; God zij gedankt”. Ik wist daardoor dat mijn collega’s mogelijk niet zo intelligent zijn. Een paar jaar daarna ben ik Nederlands correspondent geworden bij een medisch nieuwsblad. Daar las ik een keer een recensie van ‘Games people play’ dat in Amerika 3, 4 jaar in de top 10 heeft gestaan. Ik dacht: “Jemig, dat is het 2e wat leuk is; nu heb ik een model voor hoe mensen communiceren”. Toen wist ik twee dingen. Ik was slim, slimmer dan de meeste mensen én dat slim zijn ook met taal te maken heeft.  Met stokers en matrozen wat vaak eenvoudige mensen zijn moet je anders praten dan met andere mensen. Niet alleen praten over andere onderwerpen maar ook echt ànders mee praten. Dat heeft later geresulteerd in dat ik er van overtuigd ben dat abstraheren voorbehouden is aan intelligente mensen. Hoe intelligent ze moeten zijn weet ik niet; daar is nooit onderzoek naar gedaan maar persoonlijk ben ik er van overtuigd dat minder intelligente mensen niet kunnen abstraheren. Hij benadrukt: “Ze kunnen het niet en ze kunnen het ook niet leren; ze hebben die gave niet”. Laat ik een voorbeeld geven……… Het woord kanker is een abstract. Je kunt onder een microscoop kankercellen zien maar kanker als begrip niet. Kanker is een begrip, een conclusie; een samenvatting van wat er in het lichaam gebeurt. Je kunt tegen met iemand met kanker zeggen: “U hebt kanker en dat gaan wij bestrijden en wij hopen dat u meewerkt”. De andere manier is: “Er gebeurd in uw lijf iets heel merkwaardigs; er zijn gewone cellen maar er zijn ook cellen die niet meer doen wat ze behoren te doen. Ze splitsen, vermenigvuldigen zich én vreten u op. Want al dat splitsen kost energie. Dat opvreten is wat we kanker noemen”. Mijn theorie is dat mensen die niks tegen die cellen doen daarvoor een reden hebben. Dat er niets interessants meer in hun leven gebeurt.          We kunnen op het moment tussen de 30 en 35% genezen maar er is momenteel geen enkel nieuwe geneesmiddel. Er is chemo en bestraling maar er zijn geen nieuwe ontwikkelingen.

Maar volgens mij bent u ergens mee bezig?

Als iemand in zijn algemeenheid niets meer verwacht van het leven kan je met behulp van Transactionele Analyse en NLP mensen helpen om een doel te vinden om voor te leven.

Wat u eigenlijk zegt is dat mensen die niets meer willen, ziek worden.

Ja, die verkankeren zichzelf; dat zeg ik heel recht uit.

U straalt uit dat u nog steeds plezier hebt in uw leven…………….

Ik ben ontzaglijk nieuwsgierig. Ik wil graag weten en als ik iets nieuws hoor dan wil ik weten hoe het in elkaar zit. Ik heb het Nederlands Medisch Nautisch Genootschap opgericht; ben daar nu erelid van en bemoei mij met de stages voor stuurlui van zeeschepen. Er is recent een nieuw boek van me uitgekomen en ik begeleid nog mensen.

U bent 92 jaar en er zijn niet zo veel mensen veel meer van uw eigen leeftijd en er zijn niet zo veel slimme mensen. Bent u eenzaam?

Nee. Ik heb contacten, genoeg te doen en ik ben nieuwsgierig.

Vindt u het belangrijk om mensen in uw omgeving te hebben die ook slim zijn?

Ja, want daar kan ik mee praten. Ik kan ook genieten van mensen die niet slim zijn; ik kan ook geil worden van mensen die niet slim zijn.

Is hoogbegaafdheid van invloed op seksualiteit?
Nee.

Kan iemand die slim niet wat ruimer kijken?

Het is geen kwestie van kijken; geil worden is een volkomen onbewuste zaak.

Maar………

Nee, geen maar. Al zou ik wel graag zien dat er vanuit de Mensa onderzoek gedaan zou worden naar hoe je je slim zijn kan inzetten voor je seksualiteit. “Hoe verleid je iemand”.

In Nederland zijn er allerlei initiatieven rondom hoogbegaafdheid maar veel komen er niet echt van de grond. Hebt u enig idee wat de oorzaak hiervan is?

Hoogbegaafden zijn vaak solisten en ze gebruiken hun slim zijn niet voor concrete doelen. Wat er zou moeten gebeuren is het doel definiëren en een team gaan vormen.

Waarom blijven sommige mensen steken in ‘ik ben eenzaam, ik hoor niet thuis in de wereld et cetera’.

Anderen accepteren niet dat ze slim zijn.

Maar u hebt daar geen last van?

Dat zeg ik niet. Sinds ik begonnen met TA en NLP krijg ik meer dingen gedaan dan daarvoor. Dat is het enige dat ik kan zeggen. Met bedienend personeel heb ik geen enkele moeite meer; ik pas mij aan. Behalve als ze dom doen. Ik ging een keer naar Amerika en was er een man die bij de gate allerlei vragen begon te stellen. Ik weigerde en toen haalde hij zijn baas erbij. “Domme mensen die belangrijk doen, daar kan ik niet tegen”.

U loopt nog steeds tegen het feit aan dat u slimmer bent dan de meeste mensen?

Oh, ja.

Het was wel een geruststelling geweest als u had gezegd ‘ik kan er prima mee leven’.

Ik ben nog steeds menselijk.

Ziet u aan andere mensen of ze slim zijn? Aan hun ogen, manier van bewegen of andere kenmerken?

Nee, het gaat er om hoe iemand doet. Dat merk je door met ze te praten en door gedrag.

Is een relatie tussen een slim mens en een normaal mens mogelijk is?

Oh, waarom niet. Als je maar op elkaar valt. Of het seksueel matched, je een zelfde doel hebt, verantwoording voor jezelf en de ander kan nemen en dergelijke.

Wat is de valkuil voor slimme mensen?

Dat ze denken dat ze alleen maar met slimme mensen kunnen omgaan. En een valkuil is dat ze niet met de voeten op de grond staan en niet uitzoeken waarin ze hoogbegaafd zijn.

Wat zou er moeten veranderen in de maatschappij zodat er anders naar slim zijn gekeken wordt.

Kinderen die slim zijn gaan zich vervelen op school. Zet ze niet apart maar geeft ze extra les om ze geïnteresseerd te houden. En leer ze vooral omgaan met niet slimme mensen. Ik denk dat dit de belangrijkste taak is. Vroeger had je twee soorten mensen: ‘arme en rijken’. De kinderen van de arbeiders die slim waren en het op school goed deden werden onderwijzer. Tegenwoordig zijn onderwijzers niet meer slim; slim zijn is geen voorwaarde om leraar te worden. Dat vind ik jammer.

Ontwikkelen slimme kinderen zich anders?

Ze hebben een extra eigenschap erbij; ze kunnen abstract denken.

Hoe kijkt u naar faalangst?

Hij haalt zijn schouders op. “Ik gebruik dat woord niet”. Als iemand de gewoonte heeft om wantrouwen tegen zijn eigen capaciteiten te hebben dan is hij bang om te falen, maar daar hebben slimme mensen net zo goed last van als niet slimme mensen.

Kan iemand die slim is, zichzelf zijn in deze wereld?

Iedereen is altijd zichzelf. Alles in het leven is aanpassen.

Bent u een lichaam of hebt u een lichaam.

Ik heb een lichaam en ik bestuur mijn lichaam. Dat besturen is weer een abstract begrip. Er zijn verschillende gemeentehuizen waar mensen werken; een deel van die mensen vormen samen het bestuur. Officieel zijn dat de burgemeester en de wethouders maar er is aan die mensen niet te zien dat ze besturen. Dat besturen is een abstract begrip. Dat zetelt in de hersenen en veranderingen in de hersenen kunnen het bestuur beïnvloeden.

Denkt u dat het lijf van een slimmerik anders functioneert?

Nee. Elke pijn heeft een doel. En als het doel bereikt is, stopt de pijn. Als je daarvoor pillen geeft dan doe je niets met dat doel.

Hoe kijkt u naar de overgevoeligheid van slimmeriken?

Alles wat je waarneemt breng je over naar een verzamelplaats. Van daar uit wordt het getransporteerd naar een transformatieafdeling. “Wat betekent het voor mij”. Het waarnemen is grotendeels niet bewust en is niet scherp afgesteld. Als daar iets fout gaat krijg je overgevoeligheid. Je gooit niet voldoende weg. Dat kan bij ieder mens voorkomen maar een slimmerik zal een andere vertaalslag maken. Wat je doet met je waarnemingen; de bewustwording en de interpretatie is voor een groot deel aangeleerd door de ouders.

Gelooft u in (een) God of dat er meer is?

Ik verander het woord God liever in natuur. De natuur heeft wetten, er zitten regels in en dat geheel van die regels is bekend bij slimme mensen. Mensen die minder slim zijn, vatten dit niet. Die weten ook niet wat een burgemeester doet. Ik vermoed dat godsdiensten nuttig zijn om abstracte begrippen duidelijk te maken aan minder slimme mensen.

Gelooft u in reïncarnatie?

Alles wat ik doe laat sporen achter en als ik doodga blijven die sporen bestaan. De som daarvan is een vorm van reïncarnatie. De collectieve herinnering komt terug. Op de vraag of ik echt terug kom, blijf ik het antwoord schuldig.

Uw boek……….. Waar gaat het over?

De kern van het boek, ‘De witte medicijnman’ is dat ik van mening ben dat geneeskunde bedreven moet worden door de huisarts. Daar heb je een clevere vent voor nodig met een goede opleiding.

Hebt u het gevoel dat de wereld wordt geregeerd wordt door domme mensen?

Nee, het heeft alles met macht te maken. We zitten in de nasleep van allerlei wetten die na 1945 zijn gemaakt en die doen alsof we kinderen zijn. Iets dat begonnen is met de ziekenfondswet in 1942. Ik heb mij destijds verzet tegen het verplichtte pensioen voor huisartsen en door achterstallige premies heb ik uiteindelijk mijn huis moeten verkopen. Mijn actie heeft wel geholpen maar enig excuus heb ik nooit gehad.

Na nog een paar slokken thee verlaat ik Boris zijn woonboot en fiets met een grinnik en een hoofd vol woorden naar huis. Heerlijke kerel. Dat nuchtere, het recht voor zijn raap zijn in combinatie met een dosis wijsheid, is een verademing. Hij is slim én doet slim. Ik ga zijn boek zeker lezen. Deze man is zo uitgesproken en naar mijn mening loopt hij met kennis rond die niet verspreid is omdat het te ingewikkeld en/of te afwijkend is. En wat mij aanspreekt is dat hij zowel de wetenschappelijke als de niet wetenschappelijke kant van het leven erkent. Dat maakt mij nieuwsgierig!

Wilma van Galen

Contact met Boris is helaas niet meer mogelijk aangezien hij in de lente van 2014 is overleden.

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!