Beelddenken

Beelddenken is het primaire denkproces dat de rechter hersenhelft regelt. Elke mens die geboren wordt, denkt in eerste instantie in beelden. Pas rond het 3e, 4e levensjaar komt het secundaire denkproces om te hoek kijken en gaan de meeste mensen in begrippen denken. Iets dat mede gevoed wordt, doordat ons onderwijs zich richt op de talige linker hersenhelft.

Rond het 10e levensjaar wordt duidelijk of je grotendeels in beelden of in begrippen denkt. Begripsdenken is denken via woorden en begrippen, geordend via een logische structuur. Een kleine schatting is dat 5% in beelden blijft denken. Beelddenken is denken in beelden en gebeurtenissen. Het is een soort van ruimtelijk denken. Als een taaldenker iets wil vertellen, kan hij zich een plaatje vormen van de situatie. Dat beeld wordt als ondersteuning gebruikt om iets te vertellen. Een beelddenker bevindt zich daarentegen in de situatie. Beelddenkers ordenen hun wereld met niet-talige middelen. Ze zien beelden van situaties en handelingen, waarin meerderde zaken naast elkaar zichtbaar worden, op elkaar inwerken en een betekenis geheel vormen. De beelden vervangen de taal, die pas in tweede instantie aan de orde komt. Beelddenken is non verbaal denken, instinctief denken, voelen dat een oplossing daar en daar ligt.

De effecten van beelddenken:

  • Veel sneller denken doordat woorden in 2 à 3 seconden gevormd worden en een beelddenker binnen dat tijdsbestek, veel meer beelden vormt; 
  • ordenen kost tijd, daardoor vaak secundair reageren (van taal-> naar beeld -> naar taal);
  • snel grote lijnen zien / helikopterview hebben. Begripsdenkers zien “het” pas later;
  • behoefte om zaken op papier te zetten omdat dit voor structuur zorgt; 
  • schriftelijk slecht uit de voeten kunnen: te kort (in drie woorden) of te uitgebreid;
  • origineel woordgebruik;
  • dyscalculie;
  • moeite met spelling;
  • planningsproblemen / problemen met tijdsafspraken;
  • kort door de bocht (vanwege de helikopterview en het ongemak met woorden) of zeer breedsprakig en langdradig (vanwege de omzettingen: beeld->taal);
  • veel trammelant / bonje door dingen anders te benaderen en je ideeën niet te formuleren;
  • ideeën meteen willen concretiseren;
  • op jezelf zijn, buitenbeentje zijn, jezelf als anders ervaren;
  • wegdromen in een compleet andere werkelijkheid. Dit kunnen zowel positieve als negatieve als neutrale dromen zijn;
  • falen op school doordat het onderwijs is ingesteld op auditief (gehoor) en sequentieel (opeenvolgend) aanbieden van de lesstof en een echte beelddenker visueel en ruimtelijk is ingesteld;
  • slecht kunnen automatiseren en moeite hebben met het onthouden van niet ter zake doende informatie;
  • dingen weten zonder te kunnen uitleggen waarom;
  • problemen op ongebruikelijke wijze oplossen;
  • levendige verbeelding hebben;
  • goed visueel geheugen, (relatief) slecht auditief geheugen;
  • zaken goed kunnen visualiseren vanuit verschillende perspectieven;
  • moeilijk leesbaar handschrift;
  • aanvoelen wat anderen voelen;
  • je weet meer dan anderen denken dat je weet.

De verschillen tussen beelddenken en begripsdenken:

Beelddenker (visueel ruimtelijk):

  • denkt primair in beelden;
  • is visueel sterk;
  • kan goed met ruimte omgaan;
  • leert vanuit overzicht;
  • begrijpt het meteen of (nog) niet;
  • begrijpt complexe concepten makkelijk, heeft moeite met eenvoudige taken;
  • is goed in synthese, samenvoegen, verbanden leggen;
  • werkt vanuit het grote beeld, kan details over het hoofd zien;
  • kan goed kaart lezen;
  • is beter in wiskundig redeneren dan in cijferen;
  • leert hele woorden gemakkelijk;
  • moet woorden visualiseren alvorens ze te kunnen spellen;
  • geeft de voorkeur aan toetsenborden om te schrijven;
  • ordent en organiseert op geheel eigen wijze;
  • vindt intuïtief de juiste oplossing;
  • leert het beste door verbanden te zien;
  • goed visueel lange termijn geheugen;
  • leert concepten voor de eeuwigheid, haakt af bij stampwerk en herhaling;
  • ontwikkeld eigen methoden om problemen op te lossen;
  • is erg gevoelig voor de houding van de leraar;
  • bedenkt bijzondere oplossingen van problemen;
  • ontwikkelt zich asynchroon (onevenwichtig);
  • kan erg onregelmatige cijfers halen;
  • geniet van meetkunde en natuurkunde;
  • leert de talen op locatie door onderdompeling;
  • is creatief, ambachtelijk, technologisch, emotioneel of spiritueel begaafd;
  • is een laatbloeier.

Begripsdenker (auditief volgorderlijk):

  • denkt primair in woorden;
  • is auditief sterk;
  • kan goed met tijd omgaan;
  • leert stapje voor stapje;
  • leert met vallen en opstaan;
  • presteert goed als moeilijkheidsgraad geleidelijk wordt verhoogd;
  • is een analytische denker;
  • werkt vanuit onderdelen naar het geheel. Schenkt aandacht aan details;
  • volgt mondelinge instructies goed op;
  • kan goed rekenen;
  • kan klanken gemakkelijk herkennen;
  • kan woorden spellend uitspreken;
  • kan snel en netjes schrijven;
  • is goed georganiseerd;
  • kan stappen in het werk makkelijk verduidelijken;
  • kan goed uit het hoofd leren, stampen;
  • goed auditief korte termijn geheugen;
  • heeft soms herhaling nodig om het geleerde te blijven onthouden;
  • leert goed via instructie;
  • leert onafhankelijk van emotionele reacties;
  • voelt zich goed bij één juist antwoord;
  • ontwikkelt zich redelijk evenwichtig;
  • haalt in de regel hoge cijfers;
  • geniet van algebra en scheikunde;
  • leert de talen in de klas/les door onderwijs;
  • is academisch getalenteerd;
  • is een vroegbloeier.

Beelddenken en dyslexie

Beelddenkers zijn niet altijd dyslectisch. Een beelddenker kan bij het leren lezen, problemen krijgen met het herkennen van letters en woorden en woorden zonder betekenis. Later kan een beelddenker problemen krijgen met het automatiseren van de spellingsregels. Desondanks is niet elke beelddenker dyslectisch. Er is nog weinig bekend over de link tussen beeldenken en dyslexie. Ronald Davis stelt dat beelddenken een gave is en dyslexie de prijs van die gave.

Beeld en brein

Op basis van de informatie die over beelddenken en studeren voor handen is, heeft beeld en brein een methode ontwikkeld waardoor kinderen en volwassenen beter kunnen leren. Deze methode schijnt goed uit te werken voor beelddenkers én begripsdenkers omdat zowel de rechter hersenhelft als de linker hersenhelft wordt aangesproken. Deze methode is gestoeld op het gegeven dat herhalen belangrijk is bij leren, maar dat je hersens wel eerst wakker geschud moeten worden. Als stof op een bijzondere en verrassende manier ‘opgediend wordt’ belandt, de kennis veel eerder in je langetermijngeheugen.

Wilma van Galen

Comment ( 1 )

  1. Autistisch waarnemen - Intens en zo

    […] beelddenkers en patroondenkers> Mensen met autisme kunnen in woorden, in patronen en in beelden denken in beelden denken. Visueel denken gaat razendsnel, zonder enige volgorde. Je staat als het ware […]

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!