Autisme, ruimte en begrenzing

ruimte

Een vlinder moet langzaam ontpoppen uit haar rupsenbestaan om ooit te gaan vliegen, een olifant heeft beenruimte nodig om te voorkomen dat hij alle glazen ingooit en een mens kan zich alleen ontwikkelen als er ruimte is, om letterlijk en figuurlijk uit te kunnen reiken. Tegelijkertijd zijn er grenzen nodig om niet te verzuipen in diezelfde ruimte. Ruimte en grenzen zijn abstracte begrippen maar intussen hebben we er wel elk moment mee te maken.

Ieder mens heeft ruimte nodig en ieder mens heeft grenzen nodig om tot bloei te komen. Al is het alleen maar om te voorkomen dat de grenzen van anderen niet met handen en voeten, overtreden worden. Ieder mens neemt op zijn eigen unieke manier ruimte in en ieder mens ervaart ‘de ander en de ruimte die de ander inneemt’, op een andere wijze.

Ik deel de visie van Hans Lemmens dat de ziel van extreem hooggevoelige mensen; mensen met autisme niet stevig vastgeklonken zit in het lichaam.     Het verschil met ‘normale mensen’, toont zich in het anders met prikkels omgaan, anders communiceren en moeite hebben met het lineaire; oorzaak en gevolg én tijd & ruimte. Àlles is er, tegelijkertijd. Ook dat wat nog niet blootgelegd is.

Om lekker in het vel te zitten, is ruimte innemen voor iemand met autisme even belangrijk als begrenzing. Autisme, als uiterste vorm van hooggevoeligheid is in feite een constant zoeken naar evenwicht in de ruimte. Een zogenaamd normaal mens bij wie ziel en lijf stevig verankerd zijn, heeft een ijkpunt waarvan de wereld bekeken én bepaald wordt. Een houvast om waarde te bepalen binnen een bepaalde context. Iemand met autisme doet dit niet automatisch. Is wezenlijk anders.

BEGRENZING

Is er een te veel aan prikkels van buitenaf (zintuiglijk, energetisch) en/of prikkels van binnenuit (gevoelens, gedachten al dan niet –direct-  samenhangend met prikkels van buitenaf) dan zal men zich moeten afsluiten om grenzen te stellen. Of het nou om positieve dan wel negatieve prikkels gaat. Als dat niet of slechts ten dele lukt ontstaat overprikkeling. Begrenzen is dus belangrijk om niet over te lopen.

Die begrenzing is ook belangrijk in het contact met een ander mens. Om niet te verzuipen in alle prikkels die mensen afgeven, om voor beiden een ruimte te creëren die met betrekking tot ‘afstand en nabijheid’ prettig is en om goed contact te krijgen. Gesproken taal is daarbij erg belangrijk omdat je ook met woorden, jezelf begrenst. 

De manier waarop iemand zich grenzen aanmeet, is voor ieder individu persoonlijk. Iemand met autisme heeft die grenzen dus hard nodig en tegelijkertijd is het lastig om grenzen te stellen. Je moet lineair gaan denken en handelen in een wereld die van context aan elkaar hangt, terwijl dat totaal niet eigen is. En terwijl je bezig bent om in die chaos te zorgen voor structuur, treden er allerlei verstoringen op. Verstoringen die weer zorgen voor prikkels die verwerkt moeten worden. Als het verstoringen zijn die àlles te maken hebben met de begrenzing van de ander die die begrenzing bij jou (‘jij moet….’) wil afdwingen, kost dat extra verwerkingstijd.

Met een beetje pech veroorzaken dwarsboomverstoringen angst waarop vluchten, vechten of bevriezen het enige antwoord is. Wil je dat als mega gevoelsspriet niet steeds weer of in ieder geval, zo min mogelijk ervaren dan is het zaak om uit te zoeken waar je grenzen liggen en om deze serieus te gaan nemen. Ook al verschillen ze nog zo van de meeste mensen! En wil je als buitenstaander dat niet op je geweten hebben, dan is respect hebben voor het wezenlijke anders zijn van iemand met autisme en de moeite die er is om in de ruimte te staan, het antwoord om tot een prettig contact te hebben.

Liefde is vaak het antwoord. Voorbij aan het lineaire ego en in de ruimte gaan staan die liefde is. Iemand met autisme voelt haarfijn aan of iemand vanuit liefde of het ego kijkt en handelt. Ongeacht hoe intelligent de persoon met autisme is.

RUIMTE

regenboog

Grenzen zoeken en stellen is de ene kant van de medaille. Ruimte innemen is de andere kant! Ruimte aan het authentieke zelf, door uiting te uiting te geven aan dat wat eigen is. Dat is belangrijk voor ieder mens maar iemand met autisme moet uitkijken dat hij/zij niet blijft steken in begrenzing. Dan ben je niet meer dan aan het overleven.

Autisme heeft alles te maken met het missen van de context (aanrader> ‘Autisme als contextblindheid’) zoals de meeste mensen deze oppikken.       Dingen staan op zich en voor de ene persoon met autisme blijft het daarbij.   De ander is juist (of ook) bezig met hoe zaken zich tot elkaar verhouden, maar dan op een andere manier dan mensen zonder autisme dit doen. 

Ruimte innemen doe je door te begrenzen op jouw unieke wijze die past bij je wezenlijke anders zijn. En door uiting te geven aan jouw interesses en passies en aan jouw manier van zijn. Wanneer je die ruimte die eigen is, inneemt vallen de kenmerken van autisme weg en val je tegelijkertijd samen met je autisme. Je raakt in een flow en dat geeft je het gevoel dat je leeft. Op het moment dat je werkelijk in je eigen ruimte staat, kan je excelleren! Het lastige van autisme valt dan (tijdelijk en grotendeels) weg, wat zorgt voor voeding waarmee je kunt zorgen voor een redelijk evenwicht. Iets waardoor de originaliteit die mensen met autisme nog wel eens eigen is, tevoorschijn kan komen.

Wilma van Galen

 

 

Leave a reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes:

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

error: Content is protected !!